Accountantskantoor E. Tak B.V.

Herverdeling inkomen leidt tot hogere belastingrente

Een echtpaar vraagt om herverdeling van de gezamenlijke inkomensbestanddelen over 2019. De inspecteur legt een navorderingsaanslag op aan de man en geeft een teruggaaf aan de vrouw. Bij de navorderingsaanslag brengt de inspecteur € 3.681 aan belastingrente in rekening, meer dan het echtpaar oorspronkelijk samen verschuldigd was. De man protesteert. Hij vindt het niet terecht dat de inspecteur bij een herverdeling meer belastingrente in rekening brengt.

Oorspronkelijk te weinig rente berekend

Hij wijst erop dat de totale belastingrente bij de oorspronkelijke aanslagen slechts € 2.675 bedroeg. Door de herverdeling stijgt zijn belastingrente dus fors. De inspecteur erkent echter dat hij bij de oorspronkelijke aanslagen een fout had gemaakt. Hij had de rente over een te korte periode berekend. Eigenlijk had de totale belastingrente € 6.889 moeten zijn. De man heeft dus juist voordeel gehad van de fout.

Beroep op EVRM en evenredigheid

De man stelt dat het percentage belastingrente in strijd is met hogere regelgeving. Hij beroept zich onder meer op het EVRM en het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank verwijst naar een arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026. Daarin oordeelde de Hoge Raad weliswaar dat de belastingrente voor de vennootschapsbelasting te hoog is, maar dat dit niet geldt voor de inkomstenbelasting. Het rentepercentage is niet disproportioneel. De prikkel om tijdig en juist aangifte te doen is immers een legitiem doel.

Wijziging door verzoek, niet door bezwaar

Subsidiair beroept de man zich op het verbod van reformatio in peius. De belastingrente mag door het bezwaar niet hoger worden dan bij de oorspronkelijke aanslagen. De rechtbank gaat hier niet in mee. De belastingrente is namelijk gewijzigd als gevolg van het verzoek om een andere verdeling, niet door het bezwaar. Dat de inspecteur bij de oorspronkelijke aanslagen te weinig rente in rekening had gebracht, doet daar niet aan af. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Bron:Rechtbank Gelderland| jurisprudentie| ECLI:NL:RBGEL:2026:3362| 28-04-2026
Scroll naar boven